Het gaat hier om slanke, verticale onderdelen die deel uitmaken van een bouwwerk en bovenaan een "belasting" hebben. Concreet gaat het om kolommen, pijlers en steunen aan gebouwen. (Voor de begroeiing van vrijstaande masten is er een aparte pagina).

Akebia's in het kasteelpark Sanssouci / Potsdam. Barokke galerij; de zuilen zijn waarschijnlijk sinds circa 1800 met klimdraad bespannen.
Meestal worden hier planten gebruikt die klimsteunen en bevestigingen nodig hebben. Dergelijke klimkolommen worden echter niet graag 'doorboord'; mogelijk volstaan enkele sierlijke bevestigingspunten volgens het touwsysteem 1010 of verticale strengen zoals 1020 en 1030. Afhankelijk van het gewenste effect (eenzijdige of rondom begroeiing) worden 1 tot 5 parallelle strengen per kolom geplaatst. Bij hoekige steunen met een grotere breedte kan per oppervlak ook meer dan één kabel worden gespannen, bijvoorbeeld een kabelsysteem 4020.
Hoeveel afstand moet er tussen de kabel en de steun zijn? Deze lastige vraag werd vroeger vaak pragmatisch opgelost: er was bijna geen afstand, de kabels werden dicht langs de kolommen geleid. Deze filosofie komt vandaag overeen met de "eenvoudige" bouwpakketten van FassadenGrün, die vaak volstaan bij steunen enz. Soms worden echter ook middelgrote bouwpakketten gebruikt.