Bijna alle geïnteresseerden willen uw visie op begroeiing combineren met deze eigenschap. Dat is echter slechts in beperkte mate mogelijk: planten met groen winterblad hebben vaak een onopvallende bloei, enz. Bij groenblijvende heggen is dat minder belangrijk, maar van een groene muur wordt vaak meer verwacht. In individuele gevallen moet dan worden overwogen of het echt wintergroene bladeren moeten zijn, of "halfwintergroene" bladeren volstaan of dat een "netjes" verzorgd uiterlijk in de bladloze periode voldoende is.
In onze contreien is en blijft klimop DE groenblijvende klimplant als het gaat om echt dicht gebladerte op grotere oppervlakken. Een interessant alternatief voor lage sokkelgebieden zijn klimplanten, die het in ieder geval wat betreft de betrouwbare bladhechting kunnen opnemen met klimop. Dan is er nog de wintergroene kamperfoelie, maar daarna volgt er een tijdje niets. De meeste andere soorten zijn weliswaar in een mild klimaat "altijd" groen, maar verder alleen "wintergroen" en leveren vaak niet de verhoopte bladdichtheid.
In strenge winters en bij watertekort kunnen natuurlijk zelfs klimopbladeren verdorren. Bij de genoemde kamperfoelie rollen de bladeren dan op of worden ze door afval sterk dunner. Bij zo'n triest gezicht rijst dan de vraag of de bladloze takken van een andere, bladverliezende klimplant er niet natuurlijker en meer in overeenstemming met het seizoen uit zouden zien.
Deze behouden hun bladeren min of meer goed gedurende de winter, tegen het einde van de winter vaak ook met verkleuring of verwelking. Tot deze groep behoren vuurdoorn (besversiering!), cotoneaster en braam. Het blad verdort en valt dan geleidelijk in het volgende voorjaar of de volgende zomer af, deels ook door gebrek aan licht, omdat er nieuwe scheuten overheen groeien. Dit soort bladval blijft meestal volledig onopgemerkt.
Soms volstaat het om halfwintergroene planten te zetten, die de bladloze periode van ongeveer 4-5 maanden verkorten tot 1-3 maanden. Voorbeelden hiervan zijn akebia, Japanse kamperfoelie en ook klimrozen. Al deze klimplanten hebben echter ook in de winter altijd vochtige grond nodig!
Ook bij sommige clematissen en andere kamperfoeliesoorten blijft het blad, afhankelijk van het verloop van de winter, tot het volgende voorjaar groen of begint het toch te verdorren. Dit levert vaak een esthetisch probleem op: het blad valt op zo'n laat tijdstip niet meer af, waardoor het verdorde blad stevig aan de scheuten blijft kleven. Als dit niet gewenst is, moet het blad handmatig worden verwijderd of moet de wintersnoei worden vervroegd.
Hoe milder en warmer een locatie is, hoe minder dit probleem zich zal voordoen. In een mild wijnbouwklimaat zal het nauwelijks voorkomen, maar op grotere hoogte des te meer.
Sommige klimplanten worden gekenmerkt door een vroege uitloper en een late bladval. De bladhoudende periode is hier weliswaar niet zo lang als bij de 'halfwintergroene' planten, maar in bepaalde gevallen kunnen ze een interessant alternatief zijn om het groene seizoen aan een muur of iets dergelijks te verlengen. Tot deze groep behoren bijvoorbeeld kiwi en duizendknoop.
Soms gaat het er helemaal niet om dat er in de winter per se groene bladeren zijn, maar meer om een algemeen "verzorgd" uiterlijk. Dat kan worden bereikt met bijna alle klimplanten die in de zomer zijn gesnoeid. Een uitzondering vormen woekerende, sterk uitlopende planten zoals duizendknoop, die zelfs met zomersnoei nauwelijks te bedwingen zijn.
Ook een (vroegtijdige) wintersnoei kan ervoor zorgen dat een groene muur er verzorgd uitziet. In individuele gevallen moet voor de betreffende plantensoort worden overwogen of de wintersnoei al in de late herfst kan plaatsvinden of dat deze – zoals vaak het geval is bij rozen en wijnstokken – vanwege een betere inschatting van de gevolgen van vorst pas aan het einde van de winter wordt aanbevolen.
Als er in de zomer niet gesnoeid is, zien de meeste klimplanten er aan het begin van de winter eerst 'rommelig' en ruig uit. De pijpbloem behoort tot de prettige, onderhoudsvriendelijke uitzonderingen, omdat hij er ook na 2-3 jaar zonder snoeien meestal nog acceptabel uitziet. Dat komt omdat hij nauwelijks scheuten vormt, maar in plaats daarvan veel bladeren, die allemaal afvallen. Bovendien blijven de scheuten van het voorgaande jaar eerst groen en zien ze er dus niet 'afgestorven' uit.
De winterjasmijn kan ook zonder snoei sierlijk overkomen en fleurt bovendien het sombere seizoen op met kleine, maar stralende bloemen.
Ook latwerk speelt een belangrijke rol in het winterbeeld van klimplanten, of het nu klassiek houten latwerk is of modern latwerk van staalkabel, kunststof of andere materialen. Stevig ontworpen en gebouwde klimsteunen helpen om het uitzicht van een bladloze klimplant beter te kunnen verdragen!