Deze plant is een lichte variant van de bekende sierwijnstok 'Veitchii'. Hij groeit ook iets minder sterk. Wanneer om esthetische, architectonische of andere redenen lichte begroeiing gewenst is, kan deze plant uitkomst bieden! Hij is echter niet geschikt voor hete zuidmuren.
(Variant van "Parthenocissus tricuspidata")
Zonnige tot schaduwrijke standplaats, in de volle schaduw mogelijk minder mooie herfstkleuren. Op te zonnige, hete standplaatsen (volledig onbeschaduwde zuidmuren) kunnen de bladeren echter beschadigd raken. West- en oostmuren zijn geen probleem. Plantafstand: 1 - 3 m.
Zelfklimmer, de zuignappen hechten zich aan bijna elk oppervlak. Brede, waaiervormige groeiwijze, de scheuten groeien graag horizontaal. Groeihoogte 8 m en meer, jaarlijkse scheutgroei 0,5 - 1,5 m. Ook als hangplant. Belaafd van mei tot oktober. Onopvallende, kleine groen-gele bloemen in de vroege zomer, bijenweide, daarna kleine blauwzwarte bessen, na de bladval geliefd voedsel voor vogels. Meerdere keren snoeien in de zomer, afhankelijk van de behoefte, om de groei te beperken. Bij wintersnoei blijven na het afbreken verhoute hechtplaten aan de muren kleven. Voorbeeldfoto's van het snoeien vindt u bij "Veitchii".
Ook deze wilde wijn heeft meestal helemaal geen klimsteunen nodig. Op aan de wind blootgestelde muren kunnen echter valbeveiligingen in de vorm van touwsystemen (zie hieronder) nodig zijn, bij geringe hoogtes als eenvoudige bouwset "Basic", bij gemiddelde hoogtes alsgemiddelde bouwset, bij grote hoogtes en WDVS ook als zware / massieve bouwset. Bij zeer oude exemplaren kan het stamskelet volgens touwsysteem 1010 op bepaalde punten worden vastgezet.
Wilde wijn kan schade aan gebouwen veroorzaken! De plant groeit deels negatief fototroop (lichtontwijkend), de scheuten kunnen door hun dikte onderdelen afbreken, rolluikkasten verstoppen en dakspanen optillen. Bij onvoldoende verwijdering van het gebladerte kan de dakafvoer verstopt raken.