Een groene gevel kan vogels en insecten tijdelijk onderdak bieden, maar ook als leefgebied dienen. Dit geldt des te meer voor vogels naarmate de begroeiing driedimensionaal, dus 'boomachtig' is (Sabrina Schwendimann in 'GebäudeGrün' 2/2024). Met klimop (Hedera helix) begroeide masten kunnen daarbij een vervanging zijn voor bomen.
HJuist in onze sterk bebouwde steden zijn dit soort schuilplaatsen vandaag de dag van onschatbare waarde! Vogelsoorten zoals de merel bouwen er graag hun nest, en ook kevers en andere kruipende insecten vinden er een vast thuis. Spinnen bijvoorbeeld verlaten deze beschermde ruimte niet graag, ze liggen er op de loer voor insecten. Houd je met slim geplaatste klimsteunen voldoende afstand tot de ramen? Dan blijven ze ook netjes buiten...
Ook de 'brugfunctie' van afzonderlijke, begroeide muren is belangrijk: ze dragen bij aan de verbinding van groene eilanden in een stadswijk. Ze vergroten de actieradius van vogels en insecten en bieden bovendien bescherming tegen roofdieren. Onderzoeker Nadine Reinert (TU Berlijn) toonde aan dat de biodiversiteit en de populatiedichtheid van insecten bijzonder hoog zijn op een dergelijke 'ingebedde' groene gevel (zie GebäudeGrün 2/2024).
Muurtuinen zijn ook een praktische ondersteuning voor vogels: de insecten die zich er vestigen, dienen op hun beurt als voedsel voor vogels, die graag langskomen voor een maaltijd. Vaak bouwen ze zelfs hun nest in het latwerk. Maar ook veel klimplanten zelf vormen een voedselbron voor dieren. Zo zijn klimopbessen bijvoorbeeld geliefd bij vogels, n dienen de bessen van de vuurdoorn als wintervoedsel. Wilde wingerd en klimop dienen als bijenweide, en bloeiende kamperfoelie lokken nachtvlinders met hun betoverende geur.
Als er fruit aan het latwerk hangt, worden wespen en bijen vaak vervelend. Dan is de druiveloze wilde wingerd de beste keuze!