Fassadengruen
DeutschEnglischFranzösischDänischItalienischNiederländischTschechischSlowakisch

Blechfassaden

Blik- of metalen gevels zijn de 7e van 9 verschillende dunwandige ondergronden die FassadenGrün classificeert als "speciale gevels". Op deze pagina worden dergelijke beplatingen beschreven en aan de hand van voorbeelden wordt getoond welke van de acht bevestigingsvarianten die ook bij "speciale gevels" worden vermeld, hier geschikt zijn. Deze pagina is bedoeld om u te helpen bij het kiezen van de juiste klimtechniek voor uw situatie. Let op: bepaalde klimplanten kunnenbouwschadeveroorzaken als ze in spleten onder plaatbekledingen groeien.

Eigenschappen van metalen gevels

Het gaat hier om kleine of grote plaatwerkgevels, zoals die bijvoorbeeld te vinden zijn bij prefabgarages en in de utiliteitsbouw. Dit kunnen vlakke platen van verzinkt plaatstaal, zink, koper en roestvrij staal zijn ("staande naadgevels"), bij prefabgarages ook met aangelaste stabilisatiebruggen, of golfplaten van aluminium ("aluminium golfplaten"). Soms zijn de platen zelfs aan de buitenkant voorzien van kunstharspleister. Ook bij industriële gebouwen zijn vaak trapeziumplaten van verzinkt staal te zien. Trapeziumplaten met geschuimde isolatie, dus "sandwichplaten", worden apart behandeld. Voor de hieronder vermelde bevestigingen adviseren wij de boorkassette UB 77777.

Varianten voor de montage van staalkabeltechniek

Geval 1: De beplating ligt over een groot oppervlak op een stevige ondergrond of er worden alleen plaatsen gekozen voor de bevestiging waar achter de plaat een onderconstructie (bijv. latten) of zelfs een wandoppervlak voor de bevestiging kan worden gebruikt. De metalen gevel is dus drukbestendig. Dan komt variant 05 in aanmerking. De keuze van de constructiemethode is dan afhankelijk van de dikte en de eigenschappen van de materiaallaag achter de plaat. Als de onderconstructie bestaat uit een metalen profiel, d.w.z. een drager of vierkante buis, wordt er doorboord en wordt variant 03 (doorsteekbevestiging) toegepast.

Geval 2: De beplating is hol, de binnenkant is toegankelijk. Hier isvariant 04 (extra houten onderlaag) geschikt.

Geval 3: De beplating is hol, de binnenkant is niet toegankelijk. Dan komt vooral variant 08 (bevestiging in de dragende ondergrond) in aanmerking. Variant 01 (directe bevestiging in de plaatbekleding) werkt alleen bij stevige trapeziumplaten die de ontstane belastingen zonder vervorming kunnen opvangen. In dat geval komen vooral blindnietmoeren M8 in combinatie met de roosterhouder "Short" GH 08093 in aanmerking, dan zonder messingpluggen. Staafsystemen verdienen de voorkeur boven kabels, omdat ze trekontlastend zijn. Soms worden ook "trapezehangers" of "trapeze bevestigingsmiddelen" (ophangplaten uit het gebied van buisbevestiging) gebruikt als houders voor klimhulpmiddelen.