Vooral wijnstokken zijn geschikt voor groene slingers, overkappingen, wijnpergola's, galerijen enz., maar ze hebben veel verzorging nodig. Dit soort groene daken moeten altijd luchtig blijven (vanwege het risico op meeldauw)! Voor dichtere groene daken zijn pijpbloemen, wilde wijnstokken en akebia geschikt.
Al in de barokke tuinkunst werd geëxperimenteerd met hangende wijnranken, zogenaamde "festons". Later, na de elektrificatie, werden in landelijke gebieden vaak elektriciteitskabels over een erf geleid en werd de bijbehorende, stevige span kabel tegelijkertijd ook gebruikt als bevestigingskabel voor een wijnkrans. Boeren zijn altijd al enthousiast geweest over praktische zaken! Of touw en verankering geschikt zijn voor dergelijke extra belastingen, moet per geval worden bekeken.
Vaak werden touwen echter alleen gespannen om klimplanten te trekken. Uit deze opstellingen heeft FassadenGrün het systeem 0040 afgeleid. Daar vindt u ook informatie over de statische bijzonderheden enz.
Met meerdere, parallel geplaatste slingers van dit touwsysteem kunnen al kleine groene daken tussen twee muren worden gevormd. Indien nodig kunnen staalkabeloverspanningen ook worden gecombineerd met klimplanten aan een muur.
Groene stroken boven straten komen vaak voor in zuidelijke landen, in Duitsland bijvoorbeeld in Freiburg/Breisgau. In tegenstelling tot bij het begroenen van binnenplaatsen zijn hier mogelijk vergunningen nodig, omdat er straatruimte in beslag wordt genomen. Ook de aansprakelijkheid bij mogelijke schade (bijvoorbeeld bij losgeraakte spanbanden) moet worden geregeld, dan staat niets een straatbegroeiing in de weg. Uiteraard blijft dit beperkt tot smalle straten, steegjes en voetgangerszones.
Voor grote overspanningen zijn aanpassingen van systeem 7060 met kruisende kabelvakken bijzonder geschikt. Groene overkappingen moeten zo hoog mogelijk worden getrokken, al was het maar om een bepaalde doorhang van de kabels mogelijk te maken en te compenseren. Ook kunnen bladeren en scheuten die naar beneden hangen zich dan beter ontplooien en storen minder, omdat er nog voldoende doorgangshoogte is.
Verdeelpunten voor de kabels worden vaak op aparte houten steunen geplaatst, zoals bij draadframes, waarbij de palen net als bij de draadframes moeten worden ondersteund of volgens kabelsysteem 0050 in de grond moeten worden vastgezet, eventueel ook dubbel met verspringende kabels (steundriehoek). Indien nodig kan ook met korte spanlijnen of roestvrijstalen draadstangen in een achterliggende muur worden verankerd (zie foto). Bevestiging in het bovenste gedeelte van de muur is alleen toegestaan als de bovenste stenen worden vastgehouden door een ringanker of een zware betonnen dakplaat, anders moet dieper worden bevestigd. Bij perceelgrenzen moet, indien de plaatselijk gebruikelijke hekhoogtes worden overschreden, eventueel een aparte vergunning worden aangevraagd.
Als er veel kabels vanaf één punt lopen, moeten ringen met schroefschakels worden ingebouwd. In dat geval mag in ieder geval alleen 3 mm kabel worden gebruikt, zodat de kabels het "zwakste schakel" in het systeem blijven en piekbelastingen niet te veel invloed hebben op de palen.