Kiwi's zijn 'gezondheidsvruchten' en worden in wijnbouwgebieden gewaardeerd als espalierfruit. Sinds ongeveer 1970 worden kiwi's gebruikt om verlaten wijnspaliers te begroeien. Vanwege hun onstuimige groei hebben kiwistruiken echter veel ruimte voor de muur nodig en moeten ze elke zomer meerdere keren worden gesnoeid. Daarom horen ze eerder thuis op pergola's, want zo worden ze ook in de fruitteelt gekweekt. Ze zijn ook interessant voor hoge klimwanden, pergola's enz. Voor ruwe klimaten is er de minikiwi, en ook de sierkiwi is interessant.
("Strahlengriffel", "Chinese kruisbes", "kiwistruik" of "kiwivrucht", lat.: Actinidia chinensis / deliciosa)
Vrijstaande teelt (pergola enz.) met regelmatige opbrengsten alleen in een wijnbouwklimaat. Teelt aan een huislatwerk en in een kas nog in grensgebieden van de wijnbouw, in nog ruigere gebieden lukt het niet elk jaar om vruchten te krijgen. De standplaats moet zonnig, warm en beschut tegen de wind zijn, vorststandplaatsen zoals noordhellingen en koude luchtmeren zijn uitgesloten. Kalkarme, frisse tot vochtige, dus licht zure tuingrond met humusgehalte, maar geen waterverzadiging. Bij een droge standplaats vaak water geven. Kiwistruiken zijn verkrijgbaar bij lokale tuincentra of via postorderbedrijven.
Klimplant, levert de bekende kiwivruchten met een extreem hoog vitamine C-gehalte. Afkomstig uit China, vanaf ca. 1950 vanuit Nieuw-Zeeland verspreid in Europa, inmiddels ook geteeld in Zuid-Europa. Teelt als vormgewas, commerciële teelt vergelijkbaar met horizontaal cordon met kegelsnoei. Zeer sterke scheutgroei, groeihoogte 20 m en meer. Vroege uitloop (gevoelig voor late vorst), harige, roestrode jonge scheuten. Bladgezondheid bij goede standplaats zeer hoog, (geel-)witte bloemen al eind mei, meestal onder het blad. Aan het muurspalier is meerdere keren snoeien in de zomer nodig! Laat de vruchten tot kort voor de herfstvorst hangen om de rijping en afbraak van zuren te bevorderen. Lang houdbaar met nagrijping (koelkast). De nabijheid van appels in de opslag versnelt de eetrijpheid, maar ook het bederf. Bekend is de soort "Hayworth" ("Hayward"). Meestal tweehuizig, vruchten vormen zich dus alleen als mannelijke en vrouwelijke planten bij elkaar staan. De mannelijke plant mag klein blijven aan het latwerk of als struik ernaast staan. Eengehuizig en zelfvruchtbaar, maar met kleinere vruchten is "Jenny". Bij onjuiste opvoeding bouwschade vergelijkbaar met blauweregen. In blad en habitus vergelijkbaar met de boomwurger Celastrus orbiculatus, maar Actinidia chinensis heeft grotere bladeren.
Geschikte touwsystemen zie hieronder, stamgeleiding vergelijkbaar met wat daar voor wijnstokken wordt geschetst. Middelzware, liever zware/massieve bouwpakketten.
Voor leifruit moet de stamopbouw bij voorkeur parallel zonder omwikkeling plaatsvinden, zoals beschreven bij blauweregen. Bij pergola-opvoeding bedraagt de asafstand van de afzonderlijke draden ca. 40-50 cm, maar wordt slechts aan elke tweede draad een tak getrokken, de tussenliggende draden dragen het ontstane bladerdak. Asafstanden bij muurspaliers zoals beschreven bij "vormbomen", afstand tussen de dominante assen ca. 35 - 40 cm. Bliksemafleiders, regenpijpen, dakgoten enz. mogen niet worden geraakt, houd daarom altijd ca. 1,5 m afstand, zowel zijwaarts als naar boven!