De meeste hobbywijnbouwers genieten al van het loutere wijngroen, en als er dan ook nog druiven verschijnen, is de opwinding en verrassing groot! Als de bessen zoet smaken, is men al snel van mening dat er een begaafde tuinier aan het werk is, hoewel dat bij wijndruiven bijna vanzelfsprekend is. Met enkele trucs, die we hier onthullen, kunt u echter bijzonder grote vruchten, zogenaamde "tafeldruiven", kweken!
In tegenstelling tot wijnstokken, die voor het persen alleen kleine bessen met een hoge suiker- en aromaconcentratie mogen hebben, mogen tafeldruiven voor consumptie rijkelijk worden bewaterd (afbeelding 03). Water geven is vooral effectief in het stadium van "erwtengrootte", omdat dit de celdeling in de vruchten stimuleert en er veel cellen worden gevormd die later kunnen "opdrijven". Te veel water aan het einde van de zomer kan bij sommige soorten echter leiden tot het openbarsten van afzonderlijke bessen.
Door uit te dunnen tot 1 - max. 2 druiven per scheut worden de overgebleven vruchten groter en zoeter (afbeelding 04). De trossen die verder van de verhoute hoofdstam af staan, dus eerder aan het uiteinde van de scheut, worden afgesneden. Deze maatregel moet vóór het begin van de rijping worden uitgevoerd. De bessen mogen dus nog niet blauw of doorschijnend groengeel zijn geworden.
Het inkorten van de vruchtstengels ("kappen") tot 5 - 8 bladeren boven of achter de laatste tros leidt bij sommige soorten opnieuw tot een sterke groei van de bessen, mits dit inkorten ook duidelijk vóór het rijpen van de bessen gebeurt (foto 05/06). Volgens de oude wijnbouwtraditie mogen achter de laatste tros van de betreffende scheut slechts 1 - 2 bladeren blijven staan (afbeelding 07/08). Zo radicaal mag echter alleen door ervaren tuinders worden gesnoeid, en ook alleen als de wijnstok vooraf gedurende meerdere jaren is geobserveerd en duidelijk is dat er geen vorstschade te vrezen valt. Door het snoeien wordt soms ook in juli/augustus een sterke vorming van zijscheuten gestimuleerd, wat verdere bladwerkzaamheden met zich mee kan brengen. Uiteindelijk geldt voor elke afzonderlijke wijnstok: proberen gaat boven studeren, en na een paar jaar zal blijken welke zomerwerkzaamheden nodig of nuttig zijn voor betere vruchten.

Afbeelding 04: Voordat de bessen kleur krijgen en beginnen te rijpen, is het raadzaam om hele trossen weg te snijden om de vorstbestendigheid van de wijnstok te vergroten en de overgebleven vruchten groter en zoeter te laten worden. Als het 'uitdunnen' later gebeurt, gaat waardevolle, reeds opgeslagen suiker verloren.

Afbeelding 05: Wijnslinger, matige zomersnoei tot ongeveer 5 bladeren achter de laatste tros

Afbeelding 08: Wijnslinger na radicale zomersnoei, hier in de winter vóór de snoei.