Fassadengruen
DeutschEnglischFranzösischDänischItalienischNiederländischTschechischSlowakisch

Snoeiwijze bij het snoeien van wijnstokken

Het snoeien van wijnstokken gebeurt met een scherpe schaar, waarbij achter de laatste getelde knop een stompje van 1 à 2 cm achterblijft. Het snijvlak wordt eventueel licht schuin gemaakt. Dikkere delen van de stam worden op "Astring" afgesneden.

Een scherpe snede laat geen kneuzingen achter, het snijvlak moet daarna schoon, glad en niet gerafeld zijn. Anders droogt het hout onder de snede uit en raken de knoppen of de sapstroom daar beschadigd.

 

Sneden in het hout van het voorgaande jaar worden zo geplaatst dat, afhankelijk van het snijsysteem, een bepaald aantal ogen (knoppen) vanaf de basis van de scheut wordt geteld en de snede vervolgens 1-2 cm achter de laatste knop wordt geplaatst. De korte, resterende stomp voorkomt uitdroging van de onderliggende knop, omdat de wijnstok slecht "overwoekert" en de snijplaats alleen afsluit met verkorsting. Stompjes met een lengte van meer dan 2 cm zijn echter niet aan te raden, omdat ze snel een schuilplaats worden voor ongewenste plagen. Het genoemde afschuinen van het snijvlak dient om het bij het 'bloeden' vrijkomende vocht langs eventuele onderliggende knoppen te leiden, zodat deze niet 'verdrinken'.

 

Als delen van het dikke stamhout door snoeien worden verwijderd, moet er een smalle rand van 2 - 5 mm aan de hoofdstam overblijven, zodat het verkorsten niet te diep in de dwarsdoorsnede van de sapstroom plaatsvindt. Kleinere uitgroeisels en waterspruiten worden daarentegen gelijk met de stam afgesneden.