De middellange snoei of "strekkersnoei" met 3 tot 7 ogen wordt graag toegepast bij wijnstokken die in waaiervorm worden gekweekt, maar ook bij strenge cordons. Zo kan een dichte verdeling van vruchtdragende scheuten en daarmee een hoge opbrengst worden bereikt. Strekkers bieden in vergelijking met kegels meer opbrengstzekerheid, vooral bij jonge, snelgroeiende wijnstokken en bij sommige oude wijnsoorten waarvan de ogen dicht bij de stam weinig vruchtbaar zijn. De snoeiwijze wordt ook vaak in combinatie met korte en lange snoei toegepast. De snoei wordt hier getoond voor een reeds opgebouwde wijnstok. Raadpleeg indien nodig eerst de informatie over de opbouw in het 1e tot 3e jaar!
De onderstaande afbeeldingen tonen de doorsnede over meerdere jaren van een "aftakking" van de stam. Op een afstand van ongeveer 30 tot 60 cm bevinden zich andere aftakkingen op het reeds opgebouwde stamskelet (afbeelding 00). De nieuwe stamafgang wordt in de reeks afbeeldingen telkens ontwikkeld uit een scheut die in het kader van de struikopbouw planmatig was aangebracht. Hetzelfde proces geldt echter ook voor een waterstengel die in latere jaren wild uit de hoofdstam is ontsproten en waaruit in het kader van de verjonging een nieuwe afgang wordt gevormd.
De strekkersnoei bestaat uit een voorsnoei, vruchtensnoei en buigen/binden. De stappen kunnen direct na elkaar worden uitgevoerd, maar ook met een tussenpoos van dagen of weken. Het wordt aanbevolen om bij het huis deze volgorde aan te houden: alle uitlopers van de wijnstok worden eerst voorgesneden, zodat het volume van het hout wordt verminderd en de struik ineens overzichtelijk wordt. Dit maakt het snoeien van het vruchtdragende hout en eventueel het tellen van de knoppen tot 10 - 20 stuks per vierkante meter muuroppervlak een stuk eenvoudiger.
De linker afbeeldingen tonen de uitloop zoals deze er na de bladval in de winter uitziet, en de voorsnoei in het oude hout (donkerbruin). Hieraan ging een zomersnoei vooraf, anders zouden de scheuten nu veel langer zijn. Elke scheut had in de zomer meestal 1 tot 2 trossen. De middelste afbeeldingen tonen de eigenlijke vruchtensnoei in het hout van het voorgaande jaar (oker), de rechterafbeeldingen tonen het resultaat.

Afbeelding 00: Jonge wijnstok in waaiervorm, omkaderd is het volgende vergrote fragment samen met een scheut (gemarkeerd).

Afbeelding 05: Het vruchtentakje voor de volgende oogst ("vervangend takje") wordt hier via een apart knopje gewonnen. Belangrijk: dit zogenaamde "vervangende knopje" moet altijd dichter bij de stam staan dan het betreffende vruchtentakje, zodat het geheel in de loop der jaren niet te ver van de stam verwijderd raakt.

Afbeelding 07: Alle scheuten van de strekker hadden in het ideale geval 1 à 2 trossen en zijn nu 'afgeplukt'. De hele strekker wordt verwijderd door middel van een voorsnoeiing. Meestal ontwikkelen de twee scheuten uit de vervangende knop zich zo krachtig dat ook zij in de zomer de vruchten konden behouden.