Natuurlijk moeten "klimplanten" worden onderhouden en gesnoeid! Ze doorlopen eerst een opbouwfase, nadat ze de gewenste groeioppervlakte hebben bereikt, volgt een onderhoudsfase. De onderhoudskosten kunnen in beide fasen en afhankelijk van de plantensoort sterk verschillen. Door een slimme plantkeuze en beperking van het begroeide oppervlak kan het onderhoud worden geoptimaliseerd. Deze pagina kan daarbij helpen. De klimplanten op de foto zijn hier ook als poster verkrijgbaar.
Klimop (Hedera) en andere zelfklimmende planten zoals wilde wijn (Parthenocissus tricuspidata) en maagdenwijn (P. quinqefolia "Engelmannii") hebben niet alleen het voordeel dat ze nauwelijks klimhulpmiddelen nodig hebben, maar zijn in het begin ook vrijwel onderhoudsvrij. Water geven is bijna nooit nodig. Na ongeveer 5 tot 10 jaar is het tijd voor de eerste snoeiwerkzaamheden en in de onderhoudsfase, wanneer de volledige begroeiing – meestal tot aan de dakrand – is bereikt, zijn er elk jaar aanzienlijke snoeiwerkzaamheden nodig om de dakrand en ramen vrij te houden, althans in theorie. In de praktijk wordt dit werk niet altijd uitgevoerd en worden problemen aan het dak over het hoofd gezien, totdat de dakdekker ze opmerkt... Soms, vooral bij hoge begroeiing, moeten achteraf ook valbeveiligingen worden aangebracht.
Hop en eenjarige klimplanten: hier is vooral grondwerk (water geven, bemesten) nodig en in de herfst het verwijderen van verdorde scheuten. De onderhoudskosten blijven door de jaren heen vrij laag. Hetzelfde geldt voor clematis-hybriden, als ze slechts voor één seizoen worden gekocht en vervolgens worden afgestorven en opnieuw worden geplant.
Hondsdraf en andere klimplanten zoals akebia of ook de klimhortensia hebben in het begin vaak veel ondersteuning nodig om te groeien. Als hier op de verzorging wordt bezuinigd, gaan de planten dood en komt de begroeiing niet verder dan de eerste opbouwfase. Goed aangegroeide planten ontwikkelen echter een sterke scheutgroei, wat welkom is in de verdere opbouwfase, maar ook hinderlijk kan worden in de onderhoudsfase. Zonder regelmatig snoeien ontstaan er echter grote hoeveelheden afgestorven scheuten, tot wel metersdikke matten van dood hout. Water geven is vaak nodig of in ieder geval nuttig, en om de 3 à 5 jaar is een krachtige uitdunning of verjongingssnoei nodig.
Duizendknoop (Polygonum aubertii): In het begin is er nauwelijks onderhoud nodig, maar al in de verdere opbouwfase zijn uitgebreide snoeiwerkzaamheden nodig om de extreme groei te beteugelen. Water geven is nauwelijks nodig. Boomkruipers gedragen zich op dezelfde manier, maar hebben iets meer water nodig.
Pijpbloemen (Aristolochia macrophylla en A. tomentosa): deze soorten hebben in het begin veel verzorging nodig om te groeien, maar zijn daarna – afgezien van hun hoge waterbehoefte – bijna onderhoudsvrij, omdat ze relatief weinig scheuten ontwikkelen en dus weinig gesnoeid hoeven te worden. Groene massa wordt hier vooral gevormd in de vorm van grote bladeren, die in de herfst afvallen.
Wilde klimplant (Parthenocissus inserta) en soortgelijke klimplanten zoals Clematis montana zijn in alle fasen relatief onderhoudsvriendelijk, hebben meestal geen water nodig en worden daarom graag gebruikt voor begroeiing. Af en toe is snoeien en verjongingssnoeien nodig.
Druiven (Vitis vinifera) en leifruit, klimrozen (Rosa), klimtuberoos (Campsis) en blauweregen (Wisteria) kunnen hun sterke punten meestal alleen aan een gevel ontplooien als ze echt streng als vormheesters worden opgebouwd en in deze vorm vervolgens door regelmatig snoeien worden behouden. Het gevolg is een constant hoge onderhoudsinspanning. Ook de waterbehoefte is – behalve bij blauweregen – vrij hoog. Bij wijn, rozen en leifruit speelt bovendien de gewasbescherming ("spuiten" en/of exclusieve raskeuze) een grote rol.
Het staat buiten kijf dat meer begroeiing ook meer werk met zich meebrengt, bijvoorbeeld meer water en meer snoeiwerk. Wat betreft het begroeide oppervlak stijgen de kosten proportioneel, maar wat betreft de hoogte van de begroeiing stijgen ze sprongsgewijs vanwege de bereikbaarheid:
Tot 2 m: kleine hekwerken, detail- en sokkelbegroeiing tot 2 m hoogte zijn altijd en zonder hulpmiddelen bereikbaar en er is altijd slechts één werknemer nodig.
Tot 5 m: tot deze hoogte is begroeiing nog goed bereikbaar met een ladder, maar de ladder moet door een tweede persoon worden vastgehouden, waardoor het aantal benodigde arbeidskrachten al verdubbelt.
Boven 5 m: hoge begroeiingen zijn vaak alleen bereikbaar met een hoogwerker, wat enorme kosten met zich meebrengt. Vaak moet een afsluiting in de openbare ruimte worden aangevraagd, vervolgens met borden worden aangekondigd en tijdens de werkzaamheden op hoogte moet bovendien (tegen vallende delen) worden beveiligd. De hoogwerker moet worden opgehaald, geplaatst, afgebroken en teruggebracht. Een enkele inzet met een voertuig en 3 medewerkers kost al snel meer dan 1.000 euro – soms dus een veelvoud van de oorspronkelijke aanlegkosten!
Ter vergelijking: de kosten voor het planten en meerjarige verzorging van een straatboom bedragen ongeveer 2.500 euro, de jaarlijkse onderhoudskosten daarna ongeveer 80 euro (stad Leipzig, stand 2025, bron: Leipziger Volkszeitung 18-12-2025).