Deze weinig bekende, zelfklimmende oosterse wingerd heeft niet alleen kleinere bladeren dan andere soorten, maar blijft ook compact van groei! Ze klimt met kleine hechtvoetjes en opent nieuwe perspectieven in de gevelbegroeiing. Haar jaarlijkse groei is gering, de maximale hoogte ligt rond de 4 à 5 meter; daarna leggen de scheuten zich horizontaal. Ze blijft dus in de lagere geveldelen en kun je daar desgewenst gemakkelijk snoeien. Ook voor het begroeien van kleinere objecten is ze uitstekend geschikt. Haar bloemen en vruchten zijn vergelijkbaar met die van "Veitchii", maar eveneens kleiner. Ook qua vorstbestendigheid en herfstkleur doet deze mini-wingerd niet onder voor de andere zelfklimmende wingerds.
(Variëteit van lat. Parthenocissus tricuspidata, ontdekt door George R. Jackman ca. 1938 aan een huis in Engeland)