Wijnstokken kunnen ook permanent, dus meerdere jaren, als potplanten worden gekweekt. Een aanplant in de volle grond verdient echter de voorkeur, omdat de wijnstokken zich dan beter ontwikkelen. Hier worden drie opvoedingsvormen beschreven, afhankelijk van het doel en de grootte van de pot. Ter onderscheiding worden voorlopige namen gebruikt. Raadpleeg ook de informatie onder "Potplanten".
"Stevige" meerjarige kleine plant, gebaseerd op verschillende cordonvormen, voor potten > 20 liter.
Eerder een decoratieve vorm voor bloemisten en meestal slechts eenjarig. Weelderige druiventrossen in het 2e jaar, maar dan slechts beperkt meerjarig, voor potten > 10 liter, krachtige bemesting na de bloei vereist.
Het overwinteren van containerplanten in een kelder of andere opslagruimte ("koude kas") is mogelijk als de pot vochtig wordt gehouden en de temperatuur duidelijk onder een kritieke grens van 12 graden blijft. Anders treedt er voortijdige uitloop op, waardoor potplanten kunnen afsterven. Een lage temperatuur is in moderne kelderruimtes meestal niet aanwezig, tenzij ze onverwarmd zijn en permanent worden geventileerd.
Bij overwintering in een kas of iets dergelijks moeten potplanten vroegtijdig weer buiten worden gezet (ongeveer eind februari). Voortijdige knopvorming onder glas en het vervolgens buiten zetten moeten absoluut worden vermeden. Vroeg uitgedreven kuivertjes mogen pas vanaf april/mei buiten worden gezet, omdat de jonge scheuten anders sterk vorstgevoelig zijn.

Opbouw van een Solidrebe aan een garage met staalkabelsysteem 2040.

Afbeelding 01: De opvoeding in het eerste jaar wordt hier uitgebreid beschreven. Voor het tweede jaar wordt in de winter teruggesnoeid tot een korte knoop.

Afbeelding 02: Uit de twee knoppen van de kegel komen in het tweede jaar twee scheuten tevoorschijn, die in het ideale geval 1 à 2 trossen vormen. Beide scheuten worden bij de zomersnoei ongeveer 6 bladeren boven de laatste tros ingekort, waarbij op de onderste scheut maximaal één tros mag blijven zitten.

Afbeelding 03: Het bovenste deel van de korte stam wordt nu behandeld als een uitloop en krijgt nu en in alle volgende jaren een kegelsnede.

Afbeelding 04: De opvoeding in het eerste jaar wordt uitgebreid beschreven hier. Voor het tweede jaar wordt in de winter "op 3 bovenste ogen gesnoeid". Afhankelijk van de gewenste groeivorm en stamlengte worden enkele (weinig) ogen op de stam "afgedekt".

Afbeelding 05: Uit de 3 knoppen komen in het tweede jaar 3 scheuten tevoorschijn, die in het ideale geval elk 1 à 2 trossen voortbrengen. De scheuten worden bij de zomersnoei ongeveer 6 bladeren boven de laatste tros ingekort. Bij zwakke groei mag maximaal één tros per scheut worden gelaten.

Afbeelding 06: Afhankelijk van de lokale omstandigheden wordt de jonge wijnstok vervolgens als een kleine koordboom, waaier of horizontaal cordon en telkens met kegelsnoei opgebouwd. In totaal mag de wijnstok echter - ook bij plantcontainers van 50 liter - niet meer dan 5 - 6 uitlopers, 10 - 12 nieuwe scheuten en 20 - 30 trossen per jaar hebben.

Afbeelding 07: Opbouw in het begin zoals beschreven voor het eerste jaar. Voor het tweede jaar wordt in de winter een lange snoei uitgevoerd tot 6 - 10 ogen, afhankelijk van de grootte van de pot.

Afbeelding 08: De vruchtstengel wordt voorzichtig gebogen en als een horizontaal liggende ring aan een klimrek, bijvoorbeeld van bamboestokken, vastgebonden ("Ganzbogen"). Uit de 6 - 8 knoppen komen in het tweede jaar evenveel scheuten, die in het ideale geval elk 1 - 2 trossen vormen. Scheuten zonder druiventrossen worden verwijderd en na de bloei wordt er krachtig bemest. De scheuten worden bij de zomersnoei ongeveer 4-6 bladeren boven de laatste druiventros ingekort.

Afbeelding 09: Na de oogst is zo'n wijnstok in zekere zin 'aan het einde' en werd vroeger weggegooid. Hij kan echter teruggesnoeid worden tot zijn oorspronkelijke vorm (afbeelding 07). Vervolgens wordt de wijnstok uit de pot gehaald en bijvoorbeeld elders als vollegrondspoot gebruikt. Na vervanging van de aarde en opnieuw planten in een pot kan hij na een jaar rust eventueel weer als sierstruik worden gebruikt.