Met de paalmethode kan op elke zonnige plek in de tuin een wijnstok worden gekweekt! Met meerdere paalwijnstokken ("Stickelreben") in rijen of groepen kan zelfs - helemaal zonder draadframe - een kleine wijngaard worden aangelegd.
De wijnstok wordt aan een paal van ongeveer 1,5 - 2 m hoog vastgebonden en behandeld volgens de instructies voorhet eerste jaar. De plantafstand bij meerdere paalwijnstokken bedraagt ongeveer 1 m. In het tweede jaar moet de groei worden beoordeeld en vervolgens moet een van de twee hieronder weergegeven opvoedingsvormen worden gekozen.
Voor sterk groeiende soorten en soorten waarvan de nieuwe scheuten vrij rechtop groeien en zich nauwelijks bossig in de ruimte verspreiden. De opbouw wordt hieronder getoond.
Hier wordt een hoofdscheut verticaal omhooggetrokken of zelfs om de paal gewikkeld. Deze paalopvoeding is vooral bekend in Oost-Europa, in het Saksische Elbedal en aan de Moezel. Ze is geschikt voor zwak en matig groeiende wijnstokken, dus wijnstokken met zeer buigzame scheuten. De wijnstok wordt geteeld als koordboom. Afbeeldingen van de opbouw vindt u daar.

Afbeelding 05: Snoeien van vruchtdragend hout. De bovenste tak wordt lang gesnoeid, tot een 'boog', afhankelijk van de ontwikkeling tot 8 - 12 ogen. Deze tak moet dit jaar scheuten met vruchten leveren.
De onderste tak wordt gevormd tot een 'vervangende knoop' en dienovereenkomstig ingekort. Deze levert twee krachtige scheuten op voor het volgende jaar, waarvan er weer één een vruchtdragende tak wordt en één een nieuwe vervangende knoop.

Afbeelding 06: Hiermee is de wijnstok in principe klaar, namelijk met een korte stam met een 'uitloop' in het bovenste gedeelte, die de vruchtstengel en vervangende knop omvat.
De vruchtstengel wordt voorzichtig gebogen, eventueel eerst stuk voor stuk 'gemasseerd' totdat deze kraakt, en vervolgens als 'hele boog' vastgebonden. Meer informatie hierover en ook het vervolg voor de komende jaren vindt u bij lange snoei. In de zomer worden de scheuten losjes aan de paal vastgebonden en behandeld volgens de zomersnoei.

Afbeelding 07: Voorafgaande snoei analoog aan afbeelding 04. Op de toekomstige vervangende tak zijn de knoppen echter ongunstig verdeeld, omdat niet de tweede, maar de derde aan de buitenkant staat. Bij deze snoeiwijze is het echter absoluut noodzakelijk dat de toekomstige vruchtstengel uit een buitenste knop wordt getrokken, omdat de stengel anders de sterke buiging met een kleine radius niet zal overleven en zal afbreken.
Daarom moet in dit geval als volgt worden gehandeld:

Afbeelding 08: Snoeien van vruchtdragend hout analoog aan afbeelding 05. De vervangende knop wordt echter op 3 ogen gesnoeid, zodat aan het uiteinde van de knop een knop zit die meer naar buiten wijst, weg van de plantpaal. De middelste knop is overbodig en storend en kan het beste meteen tijdens de wintersnoei worden verwijderd, anders wordt deze handeling gemakkelijk vergeten.

Afbeelding 12: Begin van het vijfde jaar, na het snoeien. De binding werd losgemaakt en de langzaam dikker wordende stam werd iets naar rechts tegen de paal geschoven. Uit de rechtopstaande vervangende knop van het voorgaande jaar (afbeelding 11) is weer een nieuwe vruchtstengel gevormd en daaronder een nieuwe vervangende knop. Dit proces herhaalt zich jaar na jaar en wordt gedetailleerd uitgelegd in het gedeelte lange snoei.