Monumentenzorg en begroeiing kunnen prima samengaan! Veel huizen uit vroegere stijlperiodes – waarover we het op de vorige pagina's hadden – staan onder monumentenzorg. Ze hadden altijd al begroeiing of deze wordt volgens het oude voorbeeld opnieuw aangebracht. Het wordt problematisch wanneer er voor het eerst begroeiing moet worden aangebracht.
Het staat buiten kijf dat het klimaat moet worden beschermd, onder meer door meer groen in onze steden. Maar mensen hebben niet alleen een goed klimaat nodig, ze moeten zich ook 'verankeren' om geestelijk gezond te blijven. Ze hebben zoiets als een 'thuis' nodig. Daar horen ook plaatsen en gebouwen bij die identiteit creëren, en daar komt monumentenzorg om de hoek kijken. Deze zorgt ervoor dat dergelijke plaatsen worden behouden, ondersteund en ontwikkeld.
Het spreekt voor zich dat dit 'monumentenbeheer' gericht is op zeer lange periodes en dat het niet inspeelt op vermeende kortetermijnbelangen. Daarom wil monumentenzorg geen zonnepanelen op daken en (voorlopig) geen begroeiing op muren zien, hoe urgent de klimaatproblematiek ook is... Wat begroeiing betreft, kan er dus niets gebeuren zonder de instantie 'monumentenzorg'.
Er zijn monumenten die samen met hun beplanting onder bescherming staan. Meestal is dit het geval wanneer de beplanting al tijdens de bouw is aangebracht, zoals bij de 1000 jaar oude roos bij de dom van Hildesheim. De roos maakt daar deel uit van de stichtingsmythe!
Maar ook achteraf aangebrachte begroeiing kan bescherming verdienen. Een voorbeeld hiervan is het tuinhuis van Goethe in Weimar, dat de "Herr Geheimrat" heeft gekocht, verbouwd en voorzien van latwerk voor rozen, wijnstokken en kamperfoelie. Hierover bestaan documenten, tot aan de aankoop van de houten latten voor de latwerkjes rond 1776. Sindsdien worden de latwerkjes als onderdeel van het monument bijna zonder onderbreking onderhouden en zijn ze op talloze foto's vereeuwigd. Zou het groen nog steeds aan het huis zitten als een minder beroemde bouwheer het destijds had gebouwd?
Bij veel monumenten is de begroeiing in de loop van de decennia verdwenen omdat de planten afstierven, het onderhoud te kostbaar was of omdat er bewust werd 'ontgroend'. Soms was het een conciërge die zijn taken verzaakte, maar niet zelden ook een 'kostenbeheerser' die besparingsmogelijkheden zag en de begroeiing liet verwijderen. Vaak zijn het ook veranderingen van eigenaar en renovatie- en verbouwingsmaatregelen die leiden tot het verdwijnen van begroeiing. Als de tijden en daarmee de prioriteiten veranderen, kan er later echter een ommekeer plaatsvinden en kan de wens ontstaan om de begroeiing te herstellen.
Soms zijn er redenen om ook oude huizen te vergroenen die nooit beplant zijn geweest, al was het maar om de „koude pracht“ van sommige perfect gerenoveerde monumentale gevels weer tot leven te brengen. In dergelijke gevallen kan de overheid echter roet in het eten gooien. Want: aangezien het om een monument gaat, mag het uitzicht erop niet worden belemmerd...
Sommige opdrachtgevers schrikken terug voor deze discussie en kiezen preventief voor 'guerrillabegroening' met planten die daar zogenaamd vanzelf zouden zijn opgekomen, voor kuipplanten (zonder gat in de straatstenen) en voor eenvoudige klimtouwen die indien nodig gemakkelijk te verwijderen zijn, enz.
Het kan natuurlijk een sierlijke gedeeltelijke begroeiing zijn, met clematis of eenjarige planten. En als er dan een tere plant tegen een beschermd gebouw omhoog kruipt, zich netjes opricht, smekend haar handje uitstrekt en smeekt om een dun klimkoord dat bijna onzichtbaar is, zal bijna niemand haar dat weigeren, zelfs de meest hardvochtige monumentenzorger niet...
Ja, ze bestaan en ze zijn lelijk; daarom wordt schadeaan gebouwen door planten uitgebreid beschreven op FassadenGrün. En het behoort tot het vakmanschap van elke groenbeheerder om dergelijke schade te voorkomen of uit te sluiten door de juiste plantenkeuze, afgestemde klimsystemen en eventueel ook door regelmatig onderhoud, met name snoei. Het voorkomen van bouwschade betreft dus alle huizen en is geen exclusief probleem van monumentenzorg, die zich zorgen moet maken om oude, kwetsbare huizen.
Eventueel kunnen monumentenzorgers van vandaag bij collega's uit de jaren 1900 nalezen dat begroeiing de huizen uitdroogt en – bij intacte gevels – geen schade toebrengt. De Beierse “generaalconservator” Dr. Georg Hager heeft dit rond 1913 in een lezing geïllustreerd aan de hand van vele door hemzelf geanalyseerde voorbeelden (zie “Blumengärten” van K. Trenkle, Eugen-Ulmer-Verlag Stuttgart, ca. 1913)
Kan een object al kort na de voltooiing als monument worden beschermd? Dat zou nodig zijn als er iets bijzonders is ontstaan dat bijdraagt aan de “identiteit van een plek” en al snel tot het “cultureel erfgoed” gaat behoren. In die zin had die muurbeplanting (zie foto's) behouden kunnen blijven. Die is van de Franse kunstenaar Patrick Blanc en werd in 2008 bij het Berlijnse warenhuis 'Galeries Lafayette' geplaatst ter vervanging van een defect groot scherm.