Fassadengruen
DeutschEnglischFranzösischDänischItalienischNiederländischTschechischSlowakisch

Speciaal geval 02 bij montage van middelgrote bouwpakketten "Classic"

De volgende montage-instructies gelden uitsluitend voor enkele middelgrote "Classic"-bouwpakketten. Het gaat om bouwpakketten die geen kabelhouders (kruishouders) bevatten, maar alleen ringschroeven. Dit betreft de kabelsystemen 6010, 7030, 7040 en 8020. Alle informatie op deze pagina moet worden gezien in samenhang met de 10 - 25 montageafbeeldingen bij het betreffende kabelsysteem. Gebruik de link en ga naar het kabelsysteem dat u hebt gekocht. De hier getoonde afbeeldingen vormen een aanvulling op de afbeeldingen daar. Controleer voordat u een bestelling plaatst of u gereedschap nodig hebt!

Elke grijze ellips (afbeelding) markeert een ringschroef en geeft de uitlijning ervan aan in overeenstemming met de latere krachtverdeling. Na het boren worden alle gaten met deblaasbalg gereinigd. Vervolgens worden de ringbouten met een steeksleutel op de flensmoer vastgezet en vastgedraaid, bij WM 10080 afwijkend met een krachtige, dwars doorgevoerde schroevendraaier. Op de plaatsen van de latere touwlussen worden eventueel de kousen aangebracht en met een tang samengedrukt (foto).

Op de afbeeldingen van de betreffende basisvorm wordt een montage met weinig afval getoond, die meestal zonder enige kabelspanner kan worden uitgevoerd. Hiervoor wordt de kabel eerst door meerdere of zelfs alle ringbouten getrokken, en wel in de aangegeven volgorde. Een dubbele knik in de staalkabel (foto) met 15 cm overhang vergemakkelijkt het vormen van de volgende, eerste lus.

Na het inrijgen wordt aan een bepaalde ringschroef de eerste touwlus gevormd. Het touw wordt om de (samengeperste!) kous gewikkeld en direct daarachter met een touwklem vastgeklemd. Het touw dat achter de klem uitsteekt, moet ongeveer 10 cm bedragen.

De volgende stappen vinden plaats bij de ringbout waar het touw eerst doorheen is geregen. Daar wordt nu het uiteinde van het touw achter het oog vastgepakt met eenmontageklem en met handkracht (ca. 5 kg) strak getrokken. Hierbij is een tweede montageklem om beide strengen net achter de oog (foto) vast te zetten handig, zodat de touwklem (afbeelding) rustig kan worden geplaatst. Vervolgens worden de schroefstukken losgedraaid en wordt het touw – met ongeveer 10 cm overhang – achter de klem met eentouwschaar afgeknipt.

Als er bovendien een kabelspanner wordt gebruikt, bijvoorbeeld bij gebruik van een grondanker (afbeelding) of bij de montage van lange kabels op het dak (foto), wordt een van de twee kabelogen aan het ene uiteinde van de spanner gemonteerd. Het andere uiteinde van de spanner wordt dan direct in de ringbout bevestigd (SP 05190) of ingehangen (SP 05160 of SP 08280 bij grondankers). Een onderaan gemonteerde spanner is gemakkelijk toegankelijk voor het naspannen, terwijl een montage bovenaan beschermt tegen vandalisme en manipulatie.

Als er op de afbeeldingen nog meer touwstukken te zien zijn, worden deze volgens het hierboven beschreven principe aangebracht. Op plaatsen waar touwen elkaar kruisen in het klimrek, worden indien nodig nog vrij zwevende kruisklemmen aangebracht (afbeelding). Tot slot worden alle uitstekende touwuiteinden voorzien van eindhulzen die moeten worden aangedrukt (foto). Als de touwen zoals aangegeven ongeveer 10 cm uitsteken, kunnen ze daar in latere jaren, indien nodig, opnieuw worden vastgezet en opnieuw worden aangespannen.