Fassadengruen
DeutschEnglischFranzösischDänischItalienischNiederländischTschechischSlowakisch

Montage van middelgrote bouwpakketten

Wat zijn "gemiddelde bouwpakketten"? Gebruik de link als u alleen algemene informatie zoekt. Deze pagina gaat over de montage van dergelijke bouwpakketten of zelf samengestelde klimplantensets. De pagina geldt voor de gemiddelde bouwmethoden "Eco" en "Premium", en ook voor "Classic", maar daar zijn enkele uitzonderingen. Meer informatie vindt u bij de eerste afbeelding. Alle informatie op deze pagina moet worden gezien in samenhang met de 10 - 25 montageafbeeldingen bij het betreffende kabelsysteem. Gebruik de link en ga naar het kabelsysteem dat u hebt gekocht. De hier getoonde afbeeldingen vormen een aanvulling op de afbeeldingen daar. Controleer voor u een bestelling plaatst ook of u gereedschap nodig hebt!

Heeft u een middelgroot touwsysteem "Classic"? Dan is er mogelijk sprake van een uitzondering: als uw 'Classic'-systeem naast kabelhouders ook ringschroeven (foto) bevat, ga dan naar speciaal geval 01. Als het zelfs alleen ringschroeven bevat, ga dan naar speciaal geval 02. In alle andere gevallen, ook bij 'Eco' en 'Premium', kunt u nu verder lezen op deze pagina.

De symbolen in de afbeelding geven de kabelhouders aan, de rode balken geven de uitlijning van de groeven van de kop aan. Na het boren worden alle gaten gereinigd met een boorgatborstel en/ofblaasbalg en vervolgens worden de kabelhouders bevestigd (foto), bij voorkeur zonder stelschroeven. Raadpleeg hiervoor het productblad van de kabelhouder (standaard bij Eco-bouwpakketten WH 08111, bij "Classic"-bouwpakketten meestal WH 10151 en bij "Premium" WM 08133).

Bij sommige systemen is het in het begin nodig om een of meerdere stukken touw met een extra lengte van ongeveer 30 cm van de touwspoel af te knippen en deze losjes in de groeven van de touwhouders te leggen (foto), zonder de stelschroeven te gebruiken of vast te draaien. Aan beide zijden steken de uiteinden van het touw minstens 10 cm uit. Raadpleeg de betreffende afbeelding voor meer details. Slappe kabels zijn daar altijd herkenbaar aan hun golvende vorm (afbeelding).

Op de afbeeldingen van de betreffende basisvorm wordt een montage met weinig afval getoond, waarbij geen enkele kabelspanner nodig is. Hiervoor wordt de kabel in het begin met een overmaat van ca. 10 cm slap in de eerste houder gelegd. De stelschroef wordt geplaatst, matig aangedraaid en in een tweede stap nog iets steviger vastgedraaid door deze vast te houden met een steeksleutel op de flensmoer of, in uitzonderlijke gevallen, op de platte moer direct achter de kop (foto).

Vervolgens wordt het touw losjes door de groeven van alle touwhouders gevoerd en achter de laatste, tegenoverliggende houder met behulp van een montageklem vastgezet en met handkracht (ca. 5 - 10 kg) strak getrokken. Vaak is een tweede montageklem voor tijdelijke fixatie direct achter de houder (foto een regel lager) handig, zodat de stelschroef rustig kan worden geplaatst en vastgedraaid. Vervolgens wordt het touw - opnieuw met ongeveer 10 cm overhang - achter de houder met eentouwschaar afgeknipt.

Bij sommige processen is het nodig om een gespannen staalkabel tijdelijk vast te zetten zonder de stelschroef in de kabelhouder te draaien, omdat er daarna nog een andere staalkabel wordt geplaatst. Deze fixatie van de voorgespannen toestand gebeurt met een tweede montageklem direct achter de kabelhouder (foto), of met een klemring of een kruisklem, die vaak ook deel uitmaakt van het kabelsysteem. Na het vastdraaien van de stelschroef wordt de fixatie verwijderd. 

Als een touw door meer dan twee houders loopt, wordt het eerst alleen aan de buitenste houders bevestigd. Het wordt alleen in de middelste houders geplaatst, de stelschroeven worden daar nog niet vastgedraaid of alleen om het touw tijdelijk vast te zetten, zodat het er niet uit kan glijden. Het definitief vastdraaien van deze stelschroeven gebeurt aan het einde of wanneer iets later een tweede touw in de betreffende houder wordt bevestigd (foto) en de houder op de bijbehorende afbeelding vetgedrukt in rood is gemarkeerd.

Op plaatsen waar staalkabels elkaar kruisen, worden nog vrij zwevende kruisklemmen geplaatst, indien dit op de afbeeldingen te zien is. Ten slotte worden de uitstekende kabeluiteinden achter de betreffende kabelhouder zo gebogen dat ze bijvoorbeeld een verlenging van de kabelas vormen. Daarna worden de kabeluiteinden voorzien van geperste eindhulzen. Als de kabels zoals aangegeven ongeveer 10 cm uitsteken, kunnen ze daar in latere jaren, indien nodig, opnieuw worden vastgezet en aangespannen.