Fassadengruen
DeutschEnglischFranzösischDänischItalienischNiederländischTschechischSlowakisch

Montage van zware bouwpakketten

Wat zijn "zware bouwpakketten"? Gebruik de link als u eerst algemene informatie nodig hebt. Deze pagina gaat over de montage van dergelijke bouwpakketten of zelf samengestelde klimplantensets van M12-kabelhouders en 4 mm-kabel. Alle informatie op deze pagina moet worden gezien in samenhang met de 10 - 25 montagegrafieken bij het betreffende kabelsysteem. Gebruik de link en ga naar het door u gekochte kabelsysteem. De hier getoonde afbeeldingen vullen de afbeeldingen daar aan en gelden ook voor het middelste type, als er alleen kabelhouders en geen oogbouten zijn meegeleverd. Controleer voordat u een bestelling plaatst of u gereedschap nodig heeft!

De symbolen in de afbeelding geven de kruishouders aan, de rode balken geven de uitlijning van de groeven van de kop aan. Na het boren worden alle gaten meteen boorborstel en/of blaasbalg gereinigd en vervolgens worden de kabelhouders zonder stelschroeven bevestigd (foto). Raadpleeg hiervoor het productblad van de wandhouder (standaard bij bouwpakketten meestal WM 12191 samen met SD 16130 en VM 00300).

Bij sommige systemen is het in het begin nodig om een of meerdere stukken touw met een extra lengte van ongeveer 30 cm van de touwspoel af te knippen en deze losjes in de groeven van de touwhouders te leggen (foto), zonder de stelschroeven te gebruiken of vast te draaien. Aan beide zijden steken de uiteinden van het touw minstens 10 cm uit. Raadpleeg de betreffende afbeelding voor meer details. Slappe kabels zijn daar altijd herkenbaar aan hun golvende vorm (afbeelding).

Op de afbeeldingen van de betreffende basisvorm wordt een montage met weinig afval getoond, waarbij geen enkele kabelspanner nodig is. Hiervoor wordt de kabel in het begin met een overmaat van ca. 10 cm slap in de eerste houder gelegd. De stelschroef wordt geplaatst, matig aangedraaid en in een tweede stap vastgezet door deze met een steeksleutel (foto) tegen te houden.

Vervolgens wordt het touw naar de tegenoverliggende houder geleid en daar in de groef gelegd, daarachter met een montageklem vastgezet en met handkracht (ca. 10 - 20 kg) strak getrokken. Vaak is een tweede montageklem direct achter de houder (foto een regel lager) handig om het touw tijdelijk vast te zetten, zodat de stelschroef rustig kan worden geplaatst en vastgedraaid. Vervolgens wordt het touw – opnieuw met een overstand van ca. 10 cm – achter de houder met eentouwschaar afgeknipt.

Bij sommige processen is het nodig om een gespannen staalkabel tijdelijk vast te zetten zonder de stelschroef in de kabelhouder te draaien, omdat er daarna nog een andere staalkabel wordt geplaatst. Deze fixatie van de voorgespannen toestand gebeurt met een tweede montageklem direct achter de kabelhouder (foto), of met een klemring of een kruisklem, die vaak ook deel uitmaakt van de bouwset. Na het vastdraaien van de stelschroef wordt de fixatie verwijderd.

Als een touw door meer dan twee houders loopt, wordt het eerst alleen aan de buitenste houders bevestigd. Het wordt alleen in de middelste houders geplaatst, de stelschroeven worden daar nog niet vastgedraaid of alleen om het touw tijdelijk vast te zetten, zodat het er niet uit kan glijden. Het definitief vastdraaien van deze stelschroeven gebeurt aan het einde of wanneer iets later een tweede touw in de betreffende houder wordt bevestigd (foto) en de houder op de bijbehorende afbeelding dan vetgedrukt in rood is gemarkeerd.

Op plaatsen waar staalkabels elkaar kruisen, worden nog vrij zwevende schroefkruisen geplaatst, indien dit op de afbeeldingen te zien is. Ten slotte worden uitstekende kabeluiteinden achter de betreffende kabelhouder zo gebogen dat ze bijvoorbeeld een verlenging van de kabelas vormen. Daarna worden de kabeluiteinden voorzien van geperste eindhulzen. Als de kabels zoals aangegeven ongeveer 10 cm uitsteken, kunnen ze daar in latere jaren, indien nodig, opnieuw worden vastgezet en aangespannen.