De kabelhouder steunt hier op een steunblok van schuimglas, dat overeenkomstig de isolatiedikte van FassadenGrün voorgemonteerd als "corpus" wordt geleverd en vervolgens ter plaatse met 1-2 afstandsschijven wordt aangevuld. Deze onderdelen worden VOOR het pleisteren van de isolatie geïnstalleerd. Hier wordt deze "voormontage" uitgelegd, als aanvulling op de productbladen van XP 12XX3 en XP 12XX5. Het wordt aanbevolen om eerst ÉÉN houder te monteren en vervolgens de procedures aan te passen aan de omstandigheden ter plaatse.
Het isolatiemateriaal moet minimaal 12 cm dik zijn en nog ZONDER pleisterwerk, bij voorkeur ook ZONDER wapeningslaag. Het isolatiemateriaal moet bestaan uit platen (bijv. piepschuim/EPS-hardschuim, minerale wol e.d.). Achter de isolatielaag moet een dragende ondergrond zitten, zoals beton, natuursteen, massief metselwerk, hol metselwerk of cellenbeton.
Er is een cilinderschaaf Ø 95 mm (XP 12XX3) of Ø 127 mm (XP12XX5) nodig, vervolgens een hamerboor Ø 16 mm of bij isolatie vanaf 16 cm een extra lange hamerboor of een lange klopboor, daarnaast per kabelhouder ca. 1/2 patroon composietmortel en een krachtige spuitpistool. Bij isolatie met een dikte van meer dan 16 cm zijn eventueel mengerverlengstukken nodig. Een motorisch aangedreven spuitpistool (niet in het assortiment van FassadenGrün) vergemakkelijkt het werk.
Een laser is geschikt om de boorpunten te markeren. Als alternatief, dus 'conventioneel', worden loodlijnen en een laserwaterpas gebruikt om hoekpunten enz. snel te kunnen markeren. Verder zijn een duimstok en twee steeksleutels met een sleutelwijdte van 19 mm, een klein hoekhout of iets dergelijks, een spatel en schilderstape nodig. Een hoekmeter en een mini-waterpas kunnen helpen bij het uitlijnen van de boormachine. Een boorgatborstel Ø 16 mm en een blaasbalg reinigen het boorgat, als alternatief is perslucht mogelijk. Een afzuiging voor het boorgruis (stofzuiger) is aan te bevelen. Voor het bevestigen van de staalkabels zijn nog andere gereedschappen handig, zie link, bijvoorbeeld een kabelschaar en 1-2 montageklemmen.
Beginners en doe-het-zelvers dienen de instructies in de informatiebrochure over boorwerkzaamheden in acht te nemen. Teken de boorlocatie af en plaats de cilinderschaaf op de gemarkeerde plek. Richt vervolgens met behulp van een waterpas en/of een hoekmeter uit en begin met boren. Controleer tijdens het boren of alles aan alle kanten recht is uitgelijnd!
De holle vorm en het achterste boorgat moeten worden geborsteld, uitgeblazen en afgezogen, bij voorkeur meerdere keren. Als er achteraan hol metselwerk aanwezig is, wordt nu eerst de zeefhuls geplaatst. Bij massief metselwerk is deze stap niet nodig. Het steunelement met schroefdraadstang ("corpus") kan nu alvast proefgewijs worden geplaatst.
Volg nu de bouwinstructies voor de composietmortel (aanvankelijke nulstreng, temperaturen, open tijden, uithardingstijden). Gebruik indien nodig een mengbuisverlenging. De patroon moet minstens halfvol zijn om onderbrekingen te voorkomen. Belangrijk: plaats achteraan in het boorgat en trek de mengbuis langzaam uit. Ga dan onmiddellijk naar stap 07.
Er wordt gecontroleerd of de composietmortelpatroon nog voldoende mortel bevat (ca. 1/4 patroon) om nu zonder onderbreking te kunnen werken. Verwijder vervolgens de twee transportbeveiligingen van het corpus en stuur deze indien mogelijk (samen met het leengereedschap) terug naar FassadenGrün. Vervolgens wordt de composietmortel zeer dik, als een spiraalvormige "rups", op de achterkant van het corpus aangebracht. In uitzonderlijke gevallen – wanneer de luchtspleet tussen de isolatie en de dragende muur groter was dan verwacht – wordt de voorkant verlijmd.
Het "corpus" met schroefdraadstang wordt tegen de muur gedrukt om te worden vastgelijmd, bij voorkeur "licht DRAAIEND", zodat de mortel zich goed kan verspreiden en zich aan de ondergrond kan aanpassen, totdat het corpus volledig tegen de muur aanligt (belangrijk!). Bij een grotere ringopening aan de buitenkant moet u het corpus eventueel fixeren en tegen "zakken" beveiligen, bijvoorbeeld door lucifers in de ringopening te steken. Houd rekening met de uithardingstijd (zie composietmortelpatroon). Als het corpus aan de buitenkant ongeveer gelijk ligt met de isolatieplaat, zijn stap 09 en 10 niet nodig!
Deze stap is mogelijk niet nodig - zie stap 08! Er wordt een afstandsschijf van kunststof h=5 mm aangebracht, zodat er nog ca. 3 - 5 mm afstand tot de buitenrand van de isolatielaag overblijft. Indien nodig worden extra schijven van h=1,5 mm (transportbeveiliging) tussen het schuimglas en de 5 mm-schijf geplaatst.
Deze stap is mogelijk niet nodig - zie stap 08! De zeskantige platte moer en de roestvrijstalen schijf d=50 mm worden erop geplaatst en vastgedraaid, waardoor het gehele steunblok wordt vastgezet en gestabiliseerd. Zie de volgende afbeelding voor de uitsteeklengte van de platte moer.
Afhankelijk van het type geplande pleister (dunne laag of dikke laag) mag de platte moer – indien gemonteerd – maximaal 2 mm of 6 mm uit de isolatielaag steken. Deze moet onder de toekomstige pleister verdwijnen. Indien nodig wordt het aantal vulringen opnieuw aangepast.
Nu wordt de afdekkap ⌀ 85 mm opgeschoven en wordt eventueel de beschermfolie verwijderd. Vervolgens wordt de conische moer M12 voorzichtig vastgeschroefd en slechts matig aangedraaid (niet te vast aandraaien om de voorspanning in de draadstang laag te houden). De 5 mm dikke schuimrubberen afdichting wordt daarbij gedoseerd samengedrukt.
Vervolgens worden de lange moer en de platte moer (XP 12XX5) of twee platte moeren (XP 12XX3) vastgeschroefd. Een moer wordt als borgmoer tegen de conische moer vastgedraaid, hiervoor wordt een tweede steeksleutel of ringsleutel gebruikt. De laatste platte moer blijft verder aan de buitenkant van de schroefdraadschacht zitten.
Vervolgens wordt de kop zonder stelschroef losgeschroefd en met de platte moer als borgmoer afgesteld. Hierbij wordt een plat gereedschap (schroevendraaier) door een van de groeven van de kop gestoken om tegen te houden. De verdere montage gebeurt vervolgens volgens de specificaties van het betreffende kabelsysteem of zoals beschreven voor zware bouwpakketten.