Het achteraf bevestigen van klimelementen op harde isolatie komt zelden voor, omdat er nauwelijks dergelijke gevels zijn. In dat geval worden gevelgroen-kabelhouders WM 12XX6 of latwerkhouders AS 12XX6 gebruikt. Op deze pagina wordt de montage uitgelegd en worden de productbladen van WM 12XX6 en AS 12XX6 aangevuld.
Het boren gebeurt met een extra lange hamerboor Ø 16 mm of bij een isolatiedikte tot 16 cm ook met een klopboor. De boordiepte in de dragende ondergrond bedraagt ca. 10 - 14 cm. Het is absoluut noodzakelijk om loodrecht en horizontaal te boren. Het boorgruis wordt opgevangen of afgezogen, zie voor details het informatieblad Boorwerkzaamheden.
Bij holle muren moeten extra lange zeefhulzen SD 16130 worden gebruikt, met een boring van minimaal 16 mm en een diepte van ca. 140 mm. De rand van de zeefhulzen wordt tot op een klein restje weggesneden, zodat ze beter kunnen worden ingebracht en toch niet te diep wegglijden.
Volg hiervoor de bouwinstructies van de verbindingsmortel. Bij zeer dikke isolatie indien nodig een verlengstuk op de mengbuis van de patroon plaatsen (gelieve te informeren). Vul voldoende mortel bij. Ook in het gebied van het montage-element (hardschuimlichaam) moet de schacht later zo mogelijk aan alle kanten door mortel worden omgeven.
Draai de schroefdraadschacht in het boorgat dat rijkelijk gevuld is met composietmortel en zet deze indien nodig van onderaf vast om verzakking tijdens het uitharden te voorkomen. Verwijder uitpuilende mortel met een doek. Na het plaatsen moet de schacht precies even ver als de gekozen wandafstand (zie WM 12XX6 of AS 12XX6) boven de buitenrand van de wand uitsteken.
Vervolgens wordt de flensmoer vastgedraaid en met een steeksleutel tegen de afdekschijf aangedraaid totdat de draadstang strak zit en verder draaien met gemiddelde handkracht niet meer mogelijk is. Door de constructie blijft er een "open voeg" van ca. 0,5 mm tussen de afdekschijf en de wand.
Vervolgens wordt bij WM 12XX6 de kruiskop vastgeschroefd en met de tweede platte moer als contramoer stevig vastgezet, eerst zonder stelschroef. De verdere montage gebeurt vervolgens volgens de specificaties van het betreffende kabelsysteem of zoals beschreven voor zware bouwpakketten. Bij AS 12XX6 wordt de trellisbalk bevestigd.