Fassadengruen
DeutschEnglischFranzösischDänischItalienischNiederländischTschechischSlowakisch

Achteraf inbouwen - montage

De kabelhouder steunt hier op een steunblok van schuimglas, dat overeenkomstig de isolatiedikte van FassadenGrün voorgemonteerd als "corpus" wordt geleverd en vervolgens ter plaatse met een bepaald aantal afstandsschijven wordt aangevuld. Voor de installatie wordt de reeds gepleisterde isolatie gefreesd. Hier wordt deze "achterafmontage" uitgelegd, als aanvulling op de productbladen van XP 12XX7 en XP 12XX9. Het wordt aanbevolen om eerst ÉÉN houder te monteren en vervolgens de procedures aan te passen aan de omstandigheden ter plaatse.

Voorwaarden

Het isolatiemateriaal moet minimaal 12 cm dik zijn en moet plaatvormig zijn (bijv. piepschuim / EPS-hardschuim, minerale wol e.d.). Achter de isolatielaag moet een dragende ondergrond zijn, zoals beton, natuursteen, massief metselwerk, hol metselwerk of cellenbeton.

 

Speciaal gereedschap

Er is een cilinderschaar Ø 94 mm (XP 12XX7) of Ø 127 mm (XP12XX9) nodig, vervolgens een hamerboor Ø 16 mm of bij isolatie vanaf 16 cm een extra lange hamerboor of een lange klopboor, daarnaast per kabelhouder ca. 1/2 patroon composietmortel en een krachtige spuitpistool. Een motorisch aangedreven spuitpistool (niet in het assortiment van FassadenGrün) vergemakkelijkt het werk. Bij isolatie met een dikte van meer dan 16 cm zijn eventueel mengerverlengstukken nodig.

Overige gereedschappen

Een laser is geschikt om de boorpunten te markeren. Als alternatief, dus 'conventioneel', worden loodlijnen en een laserwaterpas gebruikt om hoekpunten enz. snel te kunnen markeren. Verder zijn een duimstok en twee steeksleutels met een sleutelwijdte van 19 mm nodig. Een hoekmeter en een mini-waterpas kunnen helpen bij het uitlijnen van de boormachine. Een boorgatborstel Ø 16 mm en een blaasbalg reinigen het boorgat, als alternatief is perslucht mogelijk. Een afzuiging voor het boorgruis (stofzuiger) is aan te bevelen. Voor het bevestigen van de staalkabels zijn andere gereedschappen nuttig, zie link, bijv. een kabelschaar en 1 - 2 montageklemmen.

01. Markeren en aanbrengen

Beginners en doe-het-zelvers dienen de instructies in de informatiebrochure over boorwerkzaamheden in acht te nemen. Markeer de boorplaats en plaats de cilinderschaaf op de gemarkeerde plaats. Richt vervolgens met behulp van een waterpas en/of een hoekmeter uit en begin met boren. Controleer tijdens het boren of alles aan alle kanten recht is uitgelijnd!

02. Cilinder uitfrezen

De cilinder wordt uitgefreesd en verwijderd. Het gladmaken van de ondergrond gebeurt later.

03. Boren

De boor Ø 16 mm wordt uitgelijnd met behulp van een waterpas en/of een hoekmeter. Vervolgens wordt er geboord – bij gebruik van zeefhulzen ongeveer 14 cm diep. Zonder zeefhuls geldt de volgende formule: verankeringsdiepte (ca. 9 - 12 cm) plus 1 cm.

04. Ondergrond glad frezen

Restanten van de lijm van de isolatieplaten worden met een boormachine weggefreesd.

05. De zeefhuls plaatsen

De holle vorm en het achterste boorgat moeten worden geborsteld, uitgeblazen en afgezogen, bij voorkeur meerdere keren. Als er achteraan hol metselwerk aanwezig is, wordt nu eerst de zeefhuls geplaatst. Bij massief metselwerk is deze stap niet nodig. Het steunelement met schroefdraadstang ("corpus") kan nu alvast proefgewijs worden geplaatst.

06. Vul het gat of de zeefhuls met mortel.

Volg nu de bouwinstructies van de composietmortel (aanvankelijke nulstreng, temperaturen, open tijden, uithardingstijden). Gebruik indien nodig een verlengstuk voor de mengbuis. De patroon moet minstens halfvol zijn om onderbrekingen te voorkomen. Belangrijk: plaats de patroon achteraan in het boorgat en trek de mengbuis langzaam uit. Ga dan onmiddellijk verder met stap 07.

07. Steunelementen voorbereiden

Er wordt gecontroleerd of de patroon met composietmortel nog voldoende mortel bevat (ca. 1/4 patroon) om nu zonder onderbreking te kunnen werken. Verwijder vervolgens de twee transportbeveiligingen van het corpus en leg ze opzij. Vervolgens wordt de composietmortel zeer dik, als een spiraalvormige "rups" op de achterkant van het corpus aangebracht. In uitzonderlijke gevallen – wanneer de luchtspleet tussen de isolatie en de dragende muur groter was dan verwacht – wordt de voorkant verlijmd.

08. Steunlichaam met schacht plaatsen

Het "corpus" inclusief draadstang wordt tegen de muur gedrukt om te worden vastgelijmd, bij voorkeur "licht DRAAIEND", zodat de mortel zich goed kan verspreiden en zich aan de ondergrond kan aanpassen, totdat het corpus volledig tegen de muur aanligt (belangrijk!). Bij een grotere ringopening aan de buitenkant moet u het corpus eventueel vastzetten en tegen "doorzakken" beveiligen, bijvoorbeeld door lucifers in de ringopening te steken. Houd rekening met de uithardingstijd (zie composietmortelpatroon).

09. Afstandhouders van kunststof

Er worden nu zoveel afstandsschijven van kunststof h=5 mm en h=1,5 mm met elkaar gecombineerd en op elkaar gestoken, totdat het gehele "afstandblok" onder druk (compressie met handkracht) ca. 2-3 mm uit de buitenwand steekt. De twee schijven van de transportbeveiliging worden ook gebruikt.

 

10. XP 12XX7: afdekschijf ⌀ 125 mm

Bij de kabelhouder XP 12XX7 wordt nu de afdekschijf ⌀ 125 mm opgeschoven (verwijder eventueel de beschermfolie!), daarna de persschijf ⌀ 68 mm. Vervolgens wordt de conische moer M12 voorzichtig vastgeschroefd en slechts matig aangedraaid (niet te vast aandraaien om de voorspanning in de draadstang laag te houden). De 5 mm dikke schuimrubberen afdichting wordt daarbij gedoseerd samengedrukt.

10. XP 12XX9: afdekkap ⌀ 150 mm

Bij de kabelhouder XP 12XX9 wordt nu de afdekschijf ⌀ 150 mm opgeschoven (verwijder eventueel de beschermfolie!), daarna de persschijf ⌀ 68 mm. Vervolgens wordt de conische moer M12 voorzichtig vastgedraaid en slechts matig aangedraaid (niet te vast aandraaien om de voorspanning in de draadstang laag te houden). De 5 mm dikke schuimrubberen afdichting wordt daarbij gedoseerd samengedrukt.

11. Lange moer en platte moer

Vervolgens worden de lange moer en de platte moer vastgedraaid. De lange moer wordt als contramoer tegen de conische moer aangedraaid, hiervoor wordt een tweede steeksleutel of ringsleutel gebruikt. De platte moer blijft verder naar buiten op de schroefdraadschacht zitten.

12. Extra afdichting

Indien gewenst of vereist, kan een extra afdichting in de voeg worden aangebracht, bijvoorbeeld met een transparante voegkit zoals "Ejoplast" van EJOT.

13. Montage van de houderkop

Vervolgens wordt de kop zonder stelschroef losgeschroefd en met de platte moer als contramoer afgesteld. Hierbij wordt een plat gereedschap (schroevendraaier) door een van de groeven van de kop gestoken om tegen te houden. De verdere montage gebeurt vervolgens volgens de specificaties van het betreffende kabelsysteem of zoals beschreven voor zware bouwpakketten.