Wanneer planten aan een gevel worden aangebracht, gaat het meestal om 'gedeeltelijke begroeiing'. Een dergelijke gedeeltelijke begroeiing van een huis is een tegenhanger van volledige begroeiing en houdt in dat alleen bepaalde delen van de muur worden begroeid, wat leidt tot een spannend samenspel van begroeide en onbegroeide oppervlakken.
Als de hoogte of breedte van een gebouw moet worden benadrukt, kunnen verticaal of horizontaal georiënteerde groenstroken in elke gewenste breedte worden gevormd. In het eerste geval zijn vooral klimplanten met een verticale oriëntatie geschikt, bijvoorbeeld eenjarige planten en klimplanten. Voor horizontale stroken zijn wijnstokken en alle planten die zich goed laten 'vormen' geschikt. Meestal duurt het enkele jaren, maar minimaal 1 à 2 jaar, voordat het groen de geplande oppervlakken echt bedekt.
Voor wandlocaties waar een grote begroeiing gewenst is, bieden de kabelsystemen veel vierkante of rechthoekige mogelijkheden. Deze velden hebben dan meestal vier of meer kabels/latten en, afhankelijk van de groeiwijze van de planten, verschillende "roosterbreedtes".
Bij gevels met veel ramen enz. zijn soms smalle, lijnvormige begroeiingen tussen de openingen geschikt, waarbij vaak verticale en horizontale strengen worden gecombineerd. Meestal wordt met slechts één touw (of twee) gewerkt. De gewenste dikte van de "bladrollen" moet dan eventueel nog door regelmatig snoeien worden gecreëerd en in stand worden gehouden.
Gevelbegroeiingen - vooral in de privésector - moeten lager zijn dan 5 m. De ervaring leert dat dit de drempel is tot waar onderhoud en snoeien nog met een ladder kunnen worden uitgevoerd. Hoge begroeiingen brengen risico's met zich mee. Als het bruto groene veld dus maximaal 5 m hoog mag zijn, moet de klimsteun dienovereenkomstig lager eindigen, afhankelijk van de klimplant, zie hieronder.
Bij klassieke, grondgebonden begroeiing (de planten groeien uit de grond) kost een professionele begroeiing inclusief planten, klimsteunen en installatie vanaf ongeveer 50 euro per begroeide vierkante meter (stand 2020). Deze minimumwaarde geldt bijvoorbeeld voor keermuren en water- en geluidswerende wanden. Bij moeilijke ondergronden, bijvoorbeeld isolatie, en bij grote hoogtes kan deze waarde echter oplopen tot 300 of zelfs 400 euro per vierkante meter. Bij "Living Walls" of "Regalbauweise" is 300-400 euro weer de ondergrens van de kostenschaal. De onderhoudskosten komen daar nog bij.
Geplande begroeiingsoppervlakken op een muur moeten in eerste instantie altijd worden beschouwd als 'bruto-velden', waarin meestal nog een 'netto-veld', namelijk de klimsteun, verborgen zit. De bruto-velden moeten overal een minimale afstand van 25 - 40 cm tot huishoeken, ramen, deuren enz. mogelijk maken. De klimsteunen bevinden zich dan binnen de 'groene zones' als nettovelden, dus nog smaller en kleiner dan de brutovelden. Bij systemen met meerdere parallelle span kabels worden de strengen vaak smal, dus met een vrij kleine onderlinge afstand, geplaatst, zodat ze er 'aantrekkelijk' uitzien.

Om architectonische redenen adviseert FassadenGrün om klimvakken smal te houden, omdat vrijwel elke klimplant (hier klimkoorden voor Clematis montana) de netto breedte van het vak, dat wil zeggen de afmetingen van het klimstelsel, later aanzienlijk vergroot doordat ze buiten de grenzen van de staalkoorden groeit.
Er worden vooral planten gebruikt die aan klimsteunen groeien. In uitzonderlijke gevallen, met gerichte begeleiding en regelmatig snoeien, is dit begroeiingsconcept ook uitvoerbaar met zelfklimmers. Als u afzonderlijke klimplanten oproept, ziet u onderaan of hun groei geschikt is voor bepaalde touwsystemen. Wijnstokken kunnen bijvoorbeeld zeer universeel worden gebruikt voor verschillende vormen van wandvlakken. Klimop en wilde wijn zijn meestal niet geschikt voor gedeeltelijke begroeiing van huizen en moeten mogelijk zelfs weer worden verwijderd. Zie voor tips hierover ook 'Bouwschade'.