Deze pagina hoort bij het thema "Pleisterwerk". Gangbare buitenpleisters met een laagdikte tot ca. 2 cm zijn bijna altijd probleemloos en zeer geschikt als (mede)dragende ondergrond voor latwerkbevestigingen. Dikkere pleisterlagen zijn twijfelachtig, vaak ook in combinatie met een verminderde dichtheid en hardheid van de pleister. Hier leest u welke bouwmethoden van FassadenGrün in elk geval toepasbaar zijn.
Buitenpleisters kunnen uit één of meerdere lagen bestaan, waarbij de totale laagdikte gewoonlijk 1 - 2 cm bedraagt. Dergelijke pleisterlagen zijn bijna altijd probleemloos en geschikt als (mede)dragende ondergrond voor houders van een wandspalier. Dit geldt ook voor recent aangebrachte "lichte" pleisters, luchtporiënpleisters en dergelijke.
De dikte van een pleisterlaag is ofwel bekend uit ervaring of uit de bouwdocumenten, ofwel wordt deze bepaald door middel van een proefboring. Hiervoor wordt niet op één, maar op 2 à 3 plaatsen geboord om uit te sluiten dat er een voeg wordt geraakt en daaruit wordt geconcludeerd dat er sprake is van een extreem dikke pleisterlaag.
Hiermee worden niet de "dikke pleisters" bedoeld in de zin van de metselkunst, die meestal slechts 2 cm dik zijn. Het gaat hier veeleer om pleisterdiktes die aanzienlijk groter zijn dan 2 cm. Bij historische gebouwen komen dergelijke pleisterdiktes voor wanneer met de pleisterlaag ook oneffenheden in het metselwerk, uitsparingen en holtes werden geëgaliseerd. Bij dergelijke laagdiktes zijn FassadenGrün-klimsteunen slechts beperkt toepasbaar. Er moet worden afgezien van de massieve, eenvoudige en gemiddelde constructie "Eco", omdat deze in verhouding tot de buigbelastingen geen voldoende diepe en stabiele verankering bieden. De pleisterlaag kan deze buigbelastingen dan mogelijk niet opvangen, waardoor houders en stukken pleisterwerk losraken.
Vanaf een pleisterdikte van 3 cm is de lichte constructie niet meer geschikt, vanaf 4 cm ook de middelzware constructie "Premium" en vanaf 5 cm dikte ook "Classic". Houd er rekening mee dat dit slechts algemene aanbevelingen zijn, afhankelijk van de situatie ter plaatse (mate van voorspanning van de kabel, soort beplanting, enz.).
De zware constructie is na controle ter plaatse vrijwel onbeperkt toepasbaar. Ook de serie "Classic" is vrijwel onbeperkt toepasbaar als de houders in het 16 mm boorgat zonder rode plug, maar met zeefhuls SD 16085 en composietmortel worden vastgelijmd. Als alternatief kan ook de rode plug worden vastgelijmd en daarin worden gemonteerd, zodat de houders later weer kunnen worden losgeschroefd. Ook alle ankers voor houten latwerk zijn meestal geschikt, omdat hier geen buigbelastingen zoals bij touwen ontstaan.
Om de isolatie van een muur enigszins te verbeteren, wordt soms 'warmte-isolerende pleister' gebruikt. Deze bevat polystyreenbolletjes en heeft een lagere druksterkte dan normale pleister. Het bovenstaande geldt echter ook voor deze pleister. Ook sterk geprofileerde of getrokken structuurpleisters, bijvoorbeeld op monumentale gebouwen, hebben een verminderde druksterkte. Hier moet de gemiddelde bouwmethode "Classic" worden toegepast met verlijming zoals hierboven beschreven.

Dikkere pleisterlagen zijn bijvoorbeeld te verwachten op natuursteen of gemengd metselwerk (wijnstokken aan spanlijnen).

Dikke pleisterlagen op een oude woontoren, rankingsysteem in gemiddelde bouwstijl "Classic".