Fassadengruen
DeutschEnglischFranzösischDänischItalienischNiederländischTschechischSlowakisch

Steunconus in WDVS (speciale oplossing)

Deze pagina behoort tot het gedeelte "Isolatie" en toont een andere alternatieve oplossing voor het bevestigen van klimplantensystemen. Het gaat om een verbetering van het principe "lange schacht". Hoe dikker de isolatie, hoe langer de wandbevestigingen moeten zijn. Daardoor worden ze ook sterker belast op buiging. Een extra mogelijkheid om de buigweerstand van het element verder te verhogen, is het aanbrengen van een 'steunconus' in het doorboorde warmte-isolatiesysteem (WDVS). Zo kunnen ook isolaties tot 12 cm dik worden overbrugd.

Belastbaarheid en prijs

Bij deze variant zijn wandafstanden van 3 tot maximaal 5 cm mogelijk. Voor de bekleding zijn alleen touwen van 3 mm geschikt, deze zijn dan matig belastbaar. Sterk klimmende planten zoals blauweregen, duizendknoop en boomkruid zijn meestal niet geschikt als beplanting. De prijs is gebaseerd op die van een adequate "zware bouwset", maar afhankelijk van de dikte van het WDVS moet voor elke muurbeugel ongeveer 3 - 10 euro voor de extra verbindingsmortel (steunconus) worden gerekend.

Geschikte wandbeugels

Voor staalkabels wordt de kabelhouder WM 12XX4 gebruikt en voor houten latwerk de vergelijkbaar opgebouwde latwerkhouder AS 12XX4. De steunconus wordt gevormd met extra composietmortel ("lijmplug").

Montage en onderhoud

Ook hier is de ingreep in het warmte-isolatiesysteem aanzienlijk kleiner dan bij de standaardvariant met steunelementen. Het door de isolatie lopende boorgat wordt aan de achterkant conisch uitgefreesd met een normale steenboor. Vervolgens wordt tegelijk met het eigenlijke boorgat ook de uitgefreesde holte in de isolatielaag voor ongeveer 2/3 -3/4 gevuld met composietmortel. Daarna wordt de schroefdraadschacht draaiend ingebracht en gepositioneerd, waarbij de rest van de holte wordt gevuld met verdrongen mortel. Na het uitharden is er een steunlichaam van mortelmassa ontstaan dat tegen de dragende muur aanligt.
De planten moeten zo worden gesnoeid dat er geen te dichte bladrollen ontstaan en dat er geen takstompjes naar achteren naar de muur wijzen en daar eventueel tegen het pleisterwerk schuren.