
Werkingsprincipe: De kabels (rood) lopen contactloos voor de wand.
Deze pagina behoort tot het gedeelte 'Isolatie' en toont een alternatief voor het geval dat het onmogelijk lijkt om klimelementen rechtstreeks op de muur te bevestigen. Dan kan buitenbegroeiing soms ook worden aangebracht aan voorgehangen kabels, zoals bij systeem 0010. Zo kan isolatie vrijwel contactloos worden overbrugd met klimhulpmiddelen. Indien nodig kunnen zelfs kruisende horizontale kabels slap worden aangebracht, analoog aan kabelsysteem 5050. Uiteindelijk is dit type kabelspanning echter meestal een noodoplossing; directe bevestiging in de muur heeft de voorkeur.
Dergelijke voorgespannen touwen zijn meestal relatief lang en daardoor slechts licht tot matig belastbaar. Sterke klimplanten zoals blauweregen, duizendknoop en boomkruid zijn niet geschikt om te planten. De prijs per touwstreng ligt rond de 25 - 30 euro, als elk touw een apart grondanker heeft.
Net als bij eenvoudige bouwpakketten mag alleen 3 mm touw worden gebruikt. Als er een dakoverstek is, kunnen daar met wandbeugels zoals WH 07080 (onder bepaalde voorwaarden ook WH 06061) staalkabels worden bevestigd en naar de grond worden geleid. Daar worden ze gemonteerd aan grondankers EA 12800 of met de eerder genoemde muurbeugels door middel van composietmortel VM 00300 in een betonnen bord of puntfundering bevestigd. Elke kabelstreng moet, net als bij kabelsysteem 0010, worden voorzien van een kabelspanner.
Bij sommige gebouwen is het mogelijk om wandbeugels op een niet-geïsoleerde kelderfundering te bevestigen, maar dan ontstaan meestal problemen met de verspringing van de muur. Indien nodig kunnen ook balustrades van balkons en terrassen dienen als verankeringspunten voor de buitenbegroeiing. In dat geval worden de kabels daar met bandage omheen gewikkeld.
Net als bij lichte bouwpakketten mag alleen 3 mm touw worden gebruikt. Als er een dakoverstek is, kunnen daar met wandbeugels zoals WH 07080 (onder bepaalde voorwaarden ook WH 06061) staalkabels worden bevestigd en naar de grond worden geleid. Daar worden ze gemonteerd aan grondankers EA 12800 of met de eerder genoemde wandbeugels door middel van composietmortel VM 00300 in een betonnen bord of puntfundering bevestigd. Elke kabelstreng moet, net als bij kabelsysteem 0010, worden voorzien van een kabelspanner.
Bij sommige gebouwen is het mogelijk om wandbeugels op een niet-geïsoleerde kelderfundering te bevestigen, maar dan ontstaan meestal problemen met de verspringing van de muur. Indien nodig kunnen ook balustrades van balkons en terrassen dienen als ankerpunten voor de buitenbegroeiing. In dat geval worden de kabels daar met behulp van bandages omheen gewikkeld.
Een montageprocedure vindt u bij kabelsysteem 0060 (speciale vorm). De afstand tot de muur moet minimaal 1/30 van de kabellengte bedragen, zodat de kabels bij wind niet tegen de muur slaan. De planten moeten zo worden gesnoeid dat er geen te dichte bladrollen ontstaan en dat vooral geen takstompjes naar achteren naar de muur wijzen en daar eventueel tegen het pleisterwerk schuren. En in het bovenste gedeelte mogen geen scheuten in de dakrand groeien.

Grondankers als kabelbevestigingen

In plaats van grondankers werd de kabelspanning hier door betonplaten gevoerd, die nog met aarde worden verzwaard.

Rankfächer vergelijkbaar met systeem 6030 met klimstokken voor de dwarsassen, boven twee stokken op de middelste kabel "gedubbeld", onder grondankers.

Wijnstokken tijdens de knopvorming in het voorjaar