Misschien was Groot-Brittannië zelfs HET land van de gevelbegroeiing! Het milde en evenwichtige klimaat (Golfstroom) speelde hierbij een rol. Daarna volgden de Europese kernlanden Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, evenals de Benelux-landen en de Zuidoost-Europese landen tot aan Oekraïne. In Oost-Europese landen zoals Polen en Rusland is het klimaat vaak te ruw, terwijl in Zuid-Europa de muren van huizen vaak erg heet worden.
Begroeide muren kwamen dan ook vooral voor in gebieden met een gematigd klimaat, dat wil zeggen met gemiddeld warme zomers en milde winters. Hier hebben latwerkjes een eeuwenoude traditie, vooral door de christelijke wijncultuur. In de Duitse wijnbouwgebieden heerst bijvoorbeeld een bijzonder microklimaat, dat ook optimale locaties biedt voor gevelbegroeiing.
In te koude gebieden wordt de plantkeuze beperkt door de strenge vorst, wat permanente begroeiing bemoeilijkt. Dit geldt voor kustgebieden met veel wind, maar vooral voor de Europese berggebieden. In het middelgebergte zijn begroeiingen van gebouwen te vinden, ten noorden van de Alpen tot ongeveer 600 m hoogte en ten zuiden tot 1.000 m en hoger. Bekijk onze vorstcollectie. Op grotere hoogten maken vorst en wind begroeiing onmogelijk.
In zeer warme regio's is de keuze aan planten weliswaar groter, maar veel soorten kunnen niet overleven als ze tegen hete muren worden bevestigd! De trend gaat daar dan ook weg van de muur naar vrij gespannen, schaduwrijke overkappingen, pergola's enz. Hier ontstaat minder hittestress voor de planten.